Geplaatst op: 18-05-2010 20:20
Met dank aan Fris 2000
Column van Bob Smalhout.
Al maandenlang wordt ons land geplaagd door stakingen van schoonmakers. Het is nu al de langste staking in Nederland sinds 1933, toen de transportarbeiders negen maanden lang hun werk neerlegden. Thans vervuilen, vooral in de grote steden, de straten, de stations en het openbaar vervoer.
De schade aan onder meer het toerisme wordt met de dag groter. Er dreigen problemen met de volksgezondheid.
Heiligt het doel dan nog de middelen?

In de schoonmaaksector werken ruim 150.000 mensen. Het zijn vooral vrouwen en immigranten. Ze doen veelal zwaar en smerig werk, maar zijn een onmisbare factor om onze samenleving schoon, gezond en bewoonbaar te houden.
Hun inkomen varieert, maar is gemiddeld niet veel meer dan 1400 euro per maand en dat is minder dan het officiële minimumloon voor een gezin. Daarbij komen nog enige andere ergernissen. Dat is de toegenomen werkdruk en het ten onrechte geringe maatschappelijke aanzien van hun beroep.
Door vele werkgevers, maar ook door gewone burgers, worden schoonmakers niet met respect behandeld. Terwijl ze op de meest onmogelijke tijden moeten werken en in feite onmisbaar zijn. Ze vormen in wezen nog de klassieke arbeidersklasse voor welke ruim honderd jaar geleden het socialisme een uitkomst was. Uit die tijd (1892) stamt ook het beroemde socialistische strijdlied, ’De Internationale’, waarvan de oorspronkelijk Franse tekst door de schrijfster Henriëtte Roland Holst-van der Schalk in het Nederlands werd vertaald.
Volkslied
Het werd het volkslied van de vroegere Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en na de Tweede Wereldoorlog van de PvdA. Het is het lied dat begint met de woorden: ’Ontwaakt, verworpenen der aarde! Ontwaakt, verdoemden in hongersfeer!’ Oude socialisten kregen bij dit lied, dat een fascinerende melodie heeft, een brok in de keel. Thans, nu zelfs de kopstukken van de Partij van de Arbeid, zoals Wim Kok, Wouter Bos en Job Cohen, de tekst niet eens meer kennen, is het in vergetelheid geraakt. Maar de woorden worden, wat onze schoonmakers betreft, steeds meer actueel.
Terwijl in Amsterdam het vuil zich ophoopt op de straten, laten buitenlandse toeristen zich fotograferen tegen een achtergrond van afval. Die foto’s gaan de hele wereld rond. En dat uitgerekend uit de stad die het van het toerisme moet hebben. Onder het softe rozerode beleid van de laatste burgemeester, Job Cohen, is er alles aan gedaan om die inkomstenbron te verzieken. Met onder andere de hoogste parkeertarieven van heel Nederland, een chronische verkeerschaos, jarenlang gesloten topmusea, de gigantische bouwput van de Noord/ Zuidlijn, die de oude monumentale binnenstad bedreigt met verzakkingen.
Ratten, muizen en ander ongedierte zijn thans de nieuwe toeristen. De stad stinkt. Een ondernemer die in arren moede zijn eigen straat schoonveegde, werd beboet door de Amsterdamse politie. En de werkgevers weigeren een kleine loonsverhoging van de schoonmakers. Het gaat om slechts 2 tot 2,5 procent plus wat reiskostenvergoeding en zo mogelijk enige kans op scholing. Het komt neer op een inkomensvermeerdering van slechts 15 à 24 cent per uur. Het probleem is dat de meeste stedelijke organisaties het schoonmaakwerk hebben uitbesteed aan externe bedrijven, volgens het systeem dat onze overheid heeft bedacht, namelijk het privatiseren. De grote klanten van de schoonmaakdiensten (bijv. de Nederlandse Spoorwegen, Schiphol, de gemeenten, de ziekenhuizen enz.) spelen de private schoonmaakbedrijven tegen elkaar uit en kiezen voor de goedkoopste.
Zo kan het gebeuren dat een schoonmaakster in een ziekenhuis geheel alleen 54 kamers moet schoonmaken in anderhalf uur tijd! Dat werk werd tot voor kort door drie vrouwen verricht. Met die prestatie verdient ze dan 1350 euro per maand, meldde het NRC/ Handelsblad van 26 februari jl. Een schoonmaker die voor de Spoorwegen werkt, moet treinen schoonmaken. Dat deed hij zes jaar geleden nog met een team van zestien man. Thans moet datzelfde werk verricht worden met slechts zeven werknemers. De schoonmakers zijn nu, net als de arbeiders uit 1880, het weerloze slachtoffer van het klassiek-kapitalistische systeem waar nog maar weinig in is terug te vinden van de sociale verworvenheden uit de laatste eeuw.
Ook de plaatselijke controle op de schoonmakers is vaak van een 19e-eeuwse botheid. Zelf heb ik het meer dan eens meegemaakt dat een allochtone werkster in mijn ziekenhuis ’s ochtends vroeg een door mij aangeboden kopje koffie alleen maar in een stikdonkere kamer dorst te nuttigen. Ze was anders bang dat de manager van de schoonmaakdienst haar misschien zou zien en haar dan zou straffen met het inhouden van loon. Daarom is de diepste drijfveer van al die stakende schoonmakers dat ze eindelijk eens de erkenning krijgen een waardevol lid van onze samenleving te zijn. Ze willen als mens worden behandeld en niet als een anoniem verlengstuk van hun bezem, hun dweil, hun poetslap of hun stofzuiger.
Managers
Het is des te schrijnender indien men de inkomens beziet van de managers die boven hen staan. Die verdienen gemiddeld tussen de 100.000 en 200.000 euro per jaar.
Job Cohen kreeg als burgemeester van Amsterdam ruim 10.000 euro en zijn wethouders ongeveer 9000 euro per maand.
Dat is evenveel als acht schoonmakers samen verdienen. Om nog maar te zwijgen over de topmanagers van bijv. ziekenhuizen, Schiphol en de Spoorwegen.
Het bescheiden verzoek van de schoonmakers om een paar centen per uur meer te mogen verdienen, moet hun bazen het schaamrood naar de kaken doen stijgen. Dit is het dat de woorden uit de befaamde Internationale weer geheel actueel maakt:
De staat verdrukt, de wet is logen, de rijkaard leeft zelfzuchtig voort.
Tot het merg wordt de arme uitgezogen en zijn recht is een ijdel woord…

